We willen ons allemaal veilig voelen.
We zoeken veiligheid in een fijne relatie, voldoende geld, een vertrouwde omgeving en mensen die ons begrijpen. En toch kun je alles op orde hebben en je vanbinnen nog steeds niet veilig voelen.
Omdat veiligheid niet alleen iets is wat je kunt bedenken.
Je hoofd kan zeggen: er is niets aan de hand. Terwijl je schouders hoog zitten. Je adem oppervlakkig blijft. Je voortdurend alert bent op de stemming van een ander. Of maar doorgaat, omdat stilstaan eigenlijk veel spannender voelt.
Dan denk je misschien dat je veilig bent.
Maar voelt je lichaam dat ook?
Veilig voelen begint in je lichaam
Je lichaam registreert voortdurend wat er in jou en om je heen gebeurt. Vaak eerder dan je hoofd er woorden voor heeft.
- Je zegt ja, terwijl er iets in je samentrekt.
- Je blijft vriendelijk, terwijl je lijf allang nee zegt.
- Je zegt dat iets je niets doet, maar ligt er ’s nachts wel over te malen.
We zijn goed geworden in het negeren van die signalen.
Niet omdat we niet naar onszelf willen luisteren. Vaak hebben we ooit geleerd dat aanpassen, flink zijn, zorgen voor een ander of doorgaan veiliger was dan werkelijk voelen wat er in ons gebeurde.
En zo kun je jezelf als volwassene nog steeds verlaten om de verbinding met een ander te behouden.
Veiligheid gaat ook over je eigen plek innemen
Hier raakt lichaamswerk voor mij aan systemisch werken.
Binnen systemisch werk kennen we drie natuurwetten: binding, ordening en de balans tussen geven en nemen. Wanneer deze wetten worden gerespecteerd, ontstaat er rust in een systeem én in jezelf. Wanneer ze worden verstoord, kan dat juist onrust geven.
Denk bijvoorbeeld aan je eigen plek innemen.
Als jij systemisch niet op jouw plek staat, maar verantwoordelijkheid draagt die niet van jou is, voor iemand zorgt die eigenlijk zelf te dragen heeft of onbewust op de plek van een ander bent gaan staan, heeft dat ook invloed op hoe jij je voelt.
Je kunt dan proberen te ontspannen, ademen en in je lijf te komen, maar een deel van jou staat nog ergens anders.
Een persoonlijk voorbeeld van iets dragen voor je moeder
Ikzelf droeg, totdat ik met de systemische natuurwetten en familieopstellingen in aanraking kwam, het grote verdriet van mijn moeder met me mee.
Haar vader overleed toen zij tien jaar was. Veel te jong overleed hij in een groot Brabants gezin. En daar was geen ruimte om te rouwen. Ze moesten door. Alle kinderen moesten werken om brood op de plank te krijgen.
Zo liep mijn moeder iedere dag, als meisje van tien, in alle vroegte met een aantal zusjes achter een melkwagentje aan om melk te schenken voor de mensen. Zij kon niet rouwen over het verlies van haar vader.
Toen werd ik geboren en ik heb, als hooggevoelige, haar grote verdriet direct gevoeld. Toen nam ik onbewust een besluit:
“Ik draag dit verdriet voor jou mama, want ik wil dat het goed met je gaat.”
Ik heb het gedragen totdat ik begin dertig was.
We noemen dit vanuit familieopstellingen de magische liefde van het kind. Een kind dat gaat dragen voor haar mama, omdat ze wil dat het goed gaat met mama.
Overgenomen emoties en familieopstellingen
Pas 30 jaar geleden kwam ik er via familieopstellingen achter wat ik onbewust met me meedroeg. Ik droeg haar grote diepe verdriet.
Dit noemen we binnen het systemisch werken een tertiaire emotie: een emotie die je ervaart als verbonden met of overgenomen van iemand anders binnen het systeem.
Daarnaast ging ik daarmee van mijn eigen plek af. Als kind hoef je niets te dragen voor je ouders. De balans tussen geven en nemen wordt daarmee verstoord.
Een kind kan uit liefde voor zijn ouders bijvoorbeeld onbewust:
- verdriet proberen te dragen;
- verantwoordelijkheid op zich nemen;
- voor een ouder gaan zorgen;
- zich aanpassen om een ouder niet te belasten;
- proberen de sfeer in het gezin goed te houden;
- zijn eigen behoeften en gevoelens naar de achtergrond schuiven.
Juist omdat dit onbewust gebeurt, kun je dergelijke patronen later in je volwassen leven blijven herhalen zonder te begrijpen waarom.
Een praktijkvoorbeeld waarin precies zo’n verstoring tussen ouders en kind zichtbaar wordt, lees je in Waarom voel ik me zo vaak afgewezen?. Daar wordt in een familieopstelling zichtbaar hoe iemand systemisch op de verkeerde plek is komen te staan en hoe de balans tussen geven en nemen verstoord raakt.
Je eigen plek innemen helpt om je veilig te voelen
Je eigen plek innemen draagt daarom wezenlijk bij aan je veilig voelen.
Want juist op jouw plek kun je werkelijk landen in je eigen lichaam. Dan kun je thuiskomen op je eigen plek én in je eigen lijf.
Zolang je voortdurend bezig bent met de ander, het andere en de buitenwereld, kun je gemakkelijk bij jezelf vandaan raken.
Wanneer je leert onderscheiden wat van jou is en wat bij de ander hoort, kan er meer ruimte ontstaan om bij jezelf te blijven.
Je hoeft niet alles voor een ander op te lossen.
Je hoeft niet alles te dragen.
Je mag jouw eigen plek innemen.
Wil je verder lezen over wat er kan veranderen wanneer je jouw plek binnen je familiesysteem inneemt? Lees dan Eigen plek vinden met familieopstellingen en in je vertrouwen komen.
Je veilig voelen is niet hetzelfde als alles onder controle hebben
Wanneer we ons niet veilig voelen, proberen we vaak controle te krijgen.
We willen weten:
- wat er gaat gebeuren;
- wat de ander denkt;
- of we het goed doen;
- of iemand bij ons blijft;
- hoe iets gaat aflopen;
- of we geen fouten maken.
Controle zegt:
Als alles gaat zoals ik heb bedacht, kan ik ontspannen.
Veiligheid zegt:
Ook als het anders loopt, kan ik bij mezelf blijven.
Dat is een wezenlijk verschil.
Veiligheid ontstaat niet doordat niemand je ooit meer afwijst, verlaat of verkeerd begrijpt. Dat kun je niet regelen.
Veiligheid groeit wanneer jij steeds meer kunt ervaren:
Wat er ook gebeurt, ik blijf bij mezelf.
- Ik luister naar mijn lichaam.
- Ik neem mijn gevoel serieus.
- Ik draag wat van mij is.
- Ik laat bij de ander wat van de ander is.
- Ik neem mijn eigen plek in.
Van je hoofd terug naar je lijf
Je veiliger voelen begint daarom niet met jezelf dwingen om te ontspannen.
Begin kleiner.
Voel je voeten op de grond. Merk hoe je zit. Voel je adem zonder hem meteen te willen veranderen.
En stel jezelf eens niet direct de vraag:
Wat moet ik doen?
Maar onderzoek eerst:
- Wat merk ik in mijn lijf?
- Wat voel ik op dit moment?
- Wat is van mij?
- Wat draag ik misschien voor een ander?
- Sta ik werkelijk op mijn eigen plek?
- Wat heb ik nodig om bij mezelf te blijven?
Deze verbinding tussen lichaam en systemisch werk staat ook centraal binnen de workshop Helende Familieopstellingen, waarin bewustwording, primaire emoties, innerlijk kindwerk en familieopstellingen samenkomen.
Thuiskomen in jezelf
Misschien ontstaat veiligheid uiteindelijk niet doordat je nóg harder aan jezelf werkt.
Maar doordat je terugkeert.
Naar je plek.
Naar je lijf.
Naar jezelf.
En steeds vaker kunt voelen:
Ik ben hier.
Dit is mijn plek.
En ik ga niet bij mezelf weg.
Over deze beweging van hoofd naar lichaam en van aanpassen naar werkelijk bij jezelf komen lees je ook in Stilstaan om vooruit te komen: familieopstellingen en lichaamswerk.
Neem contact op met Maries Ligtvoet of Jan Busschers als je wilt sparren in een gratis coachcall.
En wil je alvast meer lezen over voelen en emoties dan kun je hieronder gratis het E-book Emoties downloaden.
Gratis E-book: Emoties
Download nu gratis het E-book
Je ontvangt het E-book direct per e-mail. Daarna ontvang je af en toe een mail met inspiratie en praktijkverhalen. Uitschrijven kan altijd met één klik





